Resultaten

U bent hier: Home Verhalen Kunst en cultuur Stadsbeeldhouwer Gooitzen de Jong

Stadsbeeldhouwer Gooitzen de Jong

301 x bekeken




Gooitzen bij zijn buste van ing. Friedhoff in 1960
    Stadsarchief Enschede, foto #003617 collectie Han Meyer
De beeldhouwer aan het werk, ca. 1964
    Fotograaf Ab Klaster
1993, bij de woning in het Ledeboerpark
    Fotograaf Diana Diemel
Roodkapje, Leda en de zwaan, Pegasus, Meisje met vogel
    Foto’s van kunstnonstop.nl


Bron: Stadsarchief Enschede, Diana Diemel, Ab Klaster, KUNST nonstop

Het verhaal achter deze foto

Eind jaren ’50 was Enschede een groeiende stad. Onder leiding van burgemeester Wim Thomassen schoten nieuwe wijken met duplexwoningen en flats uit de grond. Ook werd gedacht over de leefbaarheid van deze nieuwe openbare ruimtes. Hiervoor was het ‘Fonds Stadsverfraaiing’ opgericht, gevuld met een belasting van 1% op de uitgaven voor bestrating, riolering en plantsoenaanleg van de nieuwe wijken. Besloten werd dit geld te gebruiken om een oud-Enschedeër terug te halen naar de stad. Gooitzen de Jong, een beeldhouwer van 29 jaar, werd in 1961 de officiële stadsbeeldhouwer van Enschede. Een idee afgekeken van Amsterdam, waar Hildo Krop in 1956 was aangesteld als stadsbeeldhouwer.

De weg naar Enschede

Als kind werd Gooitzen door zijn ouders regelmatig meegenomen naar het Natuurhistorisch Museum en het Rijksmuseum Twenthe. Afbeeldingen en opstellingen van grote dieren fascineerden hem. Een vrije opleiding aan de Montessorischool vervolgde hij met een diploma ‘Lagere Akte Tekenen’. Voor zijn examen moest Gooitzen in 1949 helemaal naar Den Haag afreizen. Daarna kon hij direct instromen in de eerste lichting studenten van de pas opgerichte kunstacademie.
Deze was gevestigd in ‘Villa Scholten’ aan de Hengelosestraat. De meeste leraren kwamen uit Amsterdam in die eerste jaren. Al snel werd duidelijk dat Gooitzen liefde voor klei- en beeldhouwkunst had. Op advies van zijn leraren vertrok hij in 1952 richting Amsterdam, om daar de Rijksakademie voor Beeldende Kunsten te gaan volgen.

Onder meer de Geraert ter Borchprijs en de Prix de Rome won hij daar. Prix de Rome is een prijs van de Rijksakademie met hoge toelatingseisen en (destijds) een verplichte studiereis naar Italië, het Mekka van de Europese kunstgeschiedenis. Na in 1960 de Rijksakademie afgerond te hebben, bleef Gooitzen in Amsterdam wonen. Hij richtte zich op nationale en internationale exposities, en ging werken bij bronsgieterij Steijlaert in Eemnes.

Aanstelling als stadsbeeldhouwer

In 1961 haalde gemeente Enschede de beeldhouwer weer terug naar zijn geboortestad. Gooitzen had aangegeven geen belang te hebben bij ellenlange raadsvergaderingen. Als creatieve geest had hij ruimte om te creëren nodig. Ze kwamen tot een soort ‘gentlemans agreement’, waarbij Gooitzen gevrijwaard werd van ambtelijk gedoe. Hij kreeg een woning met atelier in het Ledeboerpark. Ver van de drukte in de stad.

De eerste jaren was deze woning nog in aanbouw. Gooitzen reisde per trein heen en weer tussen de hoofdstad en Enschede. In 1964 trok hij, ondertussen met vrouw en kind, in het gebouw in. Op de nabije AKI gaf hij avondles, in Amsterdam focuste hij zich op de volgende Prix de Rome en tussen het bestuderen van de groeiende stad Enschede speelde hij voortdurend met de compositie van zijn woning, waar zelfs over de plaatsing van de composthoop nagedacht was.

Beelden in de stad

De vijftien jaar dat hij stadsbeeldhouwer zou zijn, leverde hij zo’n tien beelden aan de stad. In 1963 een ontwerp voor de nieuwe Pedagogische Erepenning, en een bronzen kop van ingenieur Friedhoff voor in de hal van het stadhuis. Bij de Technische Hogeschool Twente (nu de universiteit) kwam een portret van minister Jo Cals. Zijn ‘Nils Holgersson’ kwam in het Blijdensteinplantsoen, ‘Suzanna’ bij het zwembad Diekman, ‘Kind met vogels’ in het Orionplantsoen, een grote versie van ‘Tamboer’ sierde het oude Van Heekplein, ‘Leda en de zwaan’ stond jarenlang in een vijver in de Klanderij, en een steigerende ‘Pegasus’ werd gemaakt voor de nieuwe wijk Boswinkel. Soms staan ze op dezelfde plek, soms zijn ze verplaatst. Maar bijna al deze beelden zijn nog ergens in Enschede te vinden.

De stad en de beeldhouwer

De kunstminnende burgemeester Thomassen vertrok in 1965 naar Rotterdam. Auke Vleer volgde hem op. Een periode waarin Gooitzen meer vergaderingen moest bijwonen en meer zijn best moest doen om gehoord te worden. Zijn adviezen gingen soms recht tegen de gemeentelijke plannen in. Bijvoorbeeld een alternatief plan om sloop van gebouwen te voorkomen. Meer budget voor werk van andere kunstenaars beoogde hij ook. De zeven beelden van Oscar Jespers, die nu op het Van Loenshof staan, zijn dankzij zijn aandringen destijds aangeschaft.
Na twee keer voor vijf jaar verlengd te zijn, werd in 1975 zijn functie als stadsbeeldhouwer opgeheven. De gemeentelijke raad gaf als motivering “bang te zijn voor eenzijdige stadsverfraaiing”. Voor Gooitzen veranderde er niet zo heel veel. Hij werd in 1976 aangenomen als gemeentelijk adviseur voor stadsverfraaiing, tegen hetzelfde salaris en met behoudt van zijn woning/atelier in het Ledeboerpark. Een tweede officiële stadsbeeldhouwer is er nooit meer aangesteld.

Een overzicht van waar zijn beelden nu staan is te vinden op www.kunstnonstop.nl, en bij de collectie op ‘Gooitzen de Jong’ te zoeken.



Tekst: Marijn Smeehuijzen

Geraadpleegde bronnen:

‘n Sliepsteen vol.17 nr. 69 (2002) Kiek(j)es: Leda en de Zwaan. Uitgave van de Stichting Historische Sociëteit Enschede-Lonneker
Twentsche Courant Tubanti (3-5-1961) Gooitzen de Jong benoemd tot stadsbeeldhouwer van Enschede
Twentsche Courant Tubantia (16-8-2004) Gooitzen de Jong 72 overleden
Twentsche Courant Tubantia (30-6-76) Stadsbeeldhouwer Gooitzen de Jong nu adviseur-controleur
Hoekstra, F. & Besaris, E. (2009) Gooitzen de Jong: beeldhouwer, schilder, tekenaar. Zwolle:Waanders

Reacties

Er zijn nog geen reacties
Login om te reageren
slider