Resultaten

Reacties

mensen

Details

Omstreeks:

2016

Adres:

De Posten 632

Bijdrage:

Marijn Smeehuijzen
07-02-17 15:09

Gewijzigd:

Marijn Smeehuijzen
07-02-17 15:17


Zoekwoorden:
Oost-Indië De Posten

U bent hier: Home Verhalen Mensen Op bezoek bij de Mampir Sadja

Op bezoek bij de Mampir Sadja

2016

890 x bekeken

De bezoekers van de Mampir Sadja vermaken zich in de Indische huiskamer.
Coverfoto gemaakt door Guus Loman Martherus.

Bron: Marijn Smeehuijzen, Guus Loman Martherus

Het verhaal achter deze foto

Sinds 2015 heeft woon- en zorgcomplex De Posten, een eigen Indische huiskamer. Hier is wekelijks de ‘Mampir Sadja’, een inloopmiddag voor senioren bewoners en bezoekers die een band hebben met voormalig Nederlands-Indië. Hier kunnen zij hun gezamenlijke cultuur in heden en verleden met elkaar delen. Maar, wat is nou eigenlijk dat gezamenlijk verleden?

:::

Soerabaja, Soerabaja,
Mijn gedachten zijn altijd bij jou.


:::

de Nederlandse kolonie
Indonesië is van oudsher een mengeling van culturen. Chinezen, Arabieren, Portugezen, Spanjaarden en Britten hadden handelsposten in de archipel. Bijvoorbeeld in Menado, een stadje ingeklemd tussen de zee en de bergen in het noorden van Celebes. Hier zijn oude Portugese invloeden in de lokale dans terug zien, en is het christelijk geloof nauw verweven met het inheemse 'Goena-goena', het geloof in de geestenwereld. Zo vertelt Herma Musa, wiens man Jan Musa uit het van oudsher koninklijk (Oranje) gezind bolwerk komt. Herma zelf is Nederlandse, maar heeft meerdere familieleden die Indo zijn. Een Indo is het kind van een Indonesiër en een Europeaan.
De moeder van mevrouw Jo Beers-Van der Horst was ook een Indo. Jo woonde met haar familie in Buitenzorg op Java. Haar vader was een Limburger. Samen met haar drie oudste broers was hij in dienst bij het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger, de KNIL.

de Tweede Wereldoorlog
De Japanners vielen Nederlands-Indië binnen in voorjaar 1942. De KNIL had niet genoeg mankracht om voldoende tegenstand te geven. Jo’s vader en broer werden gevangen genomen en verspreidt in kampen in en buiten Indonesië.

In Madioen werkte de vader van Oscar Cohen bij de luchtvaart afdeling van de KNIL. Toen de Japanse troepen naderden kreeg hij orders het vliegveld te verwoesten. Hierna moest hij onderduiken. Oscar en zijn familie kwamen in Malang terecht en Oscar werd opgepakt. Hij en andere familieleden brachten anderhalf jaar in jappenkampen door. Zijn vader zou de oorlog niet overleven.

Jo zat ook een tijdje in een jappenkamp, vanwege haar ‘Van der Horst’ achternaam. Na de bevrijding door de Engelsen bleek dat haar ouders en broers allen de Japanse bezetting overleefd hadden. Helaas zou Nederlands-Indië na de oorlog onveilig blijven.

:::

Zittend aan een grote tafel lijken alle bezoekers van de Mampir Sadja een grote familie. Elke inloopmiddag is er een gezamenlijke Indische maaltijd. Na het eten wordt er samen gepraat, en zijn er activiteiten als sjoelen of het voorlezen van Indische verhalen. Samen wordt er gelachen, maar ook verdriet wordt gedeeld. Als de maaltijd gezakt is worden boekjes met teksten uitgedeeld.
De bezoekers zingen…

:::

Waarom moest ik jou verlaten,
Eenzaam sta ik voor mijn raam.
Grauw is de lucht, en als ik zucht,
Vormen mijn lippen jouw naam.


:::

de Bersiap
De Partai Nasional Indonesia, die sinds 1927 al onafhankelijkheid van Nederland nastreefde, zag aan het eind van de tweede wereldoorlog hun kans schoon. Onder leiding van Soekarno riepen ze direct na de capitulatie van Japan de onafhankelijke Indonesische Republiek uit. Een jarenlange strijd volgde. Mevrouw Jo Beers-Van der Horst herinnert zich het begin van de revolutie nog goed. Samen met haar katholieke moeder zat ze ’s avonds soms wel een uur lang naast het bed, biddend dat de plunderaars in de stad hun huis zouden overslaan. Deze periode van revolutie werd de Bersiap genoemd, Indonesisch voor ‘onafhankelijkheid’.

Onder grote internationale druk erkende Nederland in 1949 officieel de republiek. Het oostelijk grondgebied Nieuw-Guinea werd niet afgestaan, en bleef ter onderhandeling. Dit laatste meningsverschil sleepte zich voort. Met de verslechterende politieke betrekkingen nam de vijandige houding naar Nederlanders in het land toe. Indo’s moesten kiezen of ze de Indische nationaliteit wilden aannemen, of de Nederlandse.

Meneer Oscar Cohen was na de oorlog tot de KNIL toegetreden. Na de onafhankelijkheidserkenning werd deze opgeheven. Voor voormalig KNIL-soldaten was er geen werk in Indonesië. In 1954 repatrieerde Oscar naar Nederland. Drie jaar later werden alle personen met Nederlandse nationaliteit tot ongewenst vreemdeling verklaard. Ze moesten hun land verlaten. Deze periode is deel van het grote gezamenlijk leed dat de bezoekers van de Mampir Sadja delen.

:::

Ann Thijssen en Francis Hulsmeijer merkten tijdens de maandelijkse contactmiddag voor oud-Indiërs, de ‘Slamat Datang’, dat veel senioren behoefte hadden aan meer contact met elkaar. De twee medewerkers van De Posten kwamen met het voorstel voor een wekelijkse inloopmiddag, de ‘Mampir Sadja’. Indonesisch voor “Kom binnen en wees welkom”. Wijlen directeur Willem Marcelis stond achter het idee. In De Posten opende in september 2015 een eigen huiskamer met Indonesische aankleding. Hier kunnen oud-Indiërs en sympathisanten samenkomen. Een belangrijke plek die bijdraagt aan het doorbreken van een dreigend isolement van sommige bewoners.

:::

Soerabaja, Soerabaja,
Met je zee en je hemel zo blauw.
Soerabaja, Soerabaja,
Mijn gedachten zijn altijd bij jou.


:::

leven in Nederland
‘Drollenvangers’, zo noemt mevrouw Silvia Jansen spottend de te grote trainingspakken die ze als kind met haar familie in Rotterdam kreeg uitgedeeld. Ze kwamen daar in 1958 met de boot aan. Via militaire kampen in Budel en Eibergen, kwamen ze in opvang in Lochem. Daar werd haar vader twee jaar lang voor TBC behandeld. In 1960 kregen ze een huis in Enschede. Haar vader liet zich omscholen tot metaalwerker, en ging aan de slag bij de ‘Sanders’ machinefabriek.

Mevrouw Jo Van der Horst kwam in Hengelo terecht. In het oude Dokter P.C. Borsthuis ziekenhuis was een ‘contractpension’ gevestigd. Hier werden Indische Nederlanders opgevangen, tot ze huisvesting hadden. Het was een onderkomen zonder warm water, en met weinig gelegenheid tot douchen... Met op de koop toe een flinke huur voor de tijdelijke bewoners! De Nederlandse overheid had weinig compassie voor haar uitgezette onderdanen. Ook het gewone volk wist niet wat ze met de gekleurde Indo’s en Indonesiërs moest. Op straat werd hen 'nikker' nageroepen.

Toch bleven ze komen. Nadat de Nederlanders waren uitgezet voelden nu de achtergebleven Indo’s de wrok van het Soekarno regime. Veel van hen die de Indonesische nationaliteit hadden aangenomen, kozen daarom alsnog voor Nederlanderschap en verlieten de republiek. Zij werden spijtoptanten genoemd. Mevrouw Pauline van Reebok werkte bij de Shell in Jakarta. Samen met haar man en kinderen kwamen ze in 1962 per vliegtuig noodgedwongen naar Nederland. In Enschede vond mevrouw van Reebok werk bij Spinnerij Oosterveld. Meer bezoekers van de Mampir Sadja delen een Enschedees textielverleden. De Bamshoeve, Van Heek en de Tubantia textielfabriek worden genoemd.

Meneer Oscar Cohen is altijd bij de luchtmacht blijven werken. In 1968 werd hij op vliegveld Twente geplaatst. Daar heeft hij tot zijn pensioen gewerkt. Sinds een aantal jaren is hij vrijwillig commissaris bij Stichting Slamat Datang.

:::

Meer dan vijftien vrijwilligers zijn actief voor de Mampir Sadja. Ze helpen bij koken en activiteiten, het ophalen van bewoners die slecht ter been zijn, en het spullen klaarzetten en opruimen. Maar ook zij hebben een band met de Indische cultuur. Bij het samenzijn en verhalen delen in de gezellige huiskamer in De Posten, vervaagt de grens tussen bewoners, vrijwilligers en bezoekers.

:::

Ik zal jou nooit meer vergeten,
Ik droom van jou elke nacht.
Dan hoor ik weer, net als weleer,
Gamelan klanken, heel zacht.


:::

kom binnen / weest welkom
In de gemeenschap van oud-Indiërs zijn de meningen over Indonesië verdeeld. Voor de een is het een vakantieparadijs, of een tweede thuis met een tweede familie. Anderen denken er liever niet aan terug, of voelen geen band meer. Maar allen zijn zij verbonden door eenzelfde achtergrond, gebonden door herinneringen en cultuur.

Samen zingend, etend en spelend kunnen de bezoekers van de Mampir Sadja even hun Indische afkomst delen, en de zoektocht naar een verleden dat zo vaak verzwegen is. Bij de vraag, wat ze een volgende generatie willen meegeven, komt de Indische bescheidenheid naar boven;
“Volg je hart”, “Leef en laten leven”, “Gewoon blijven zoals je bent”.

:::

Soerabaja, Soerabaja,
Met je zee en je hemel zo blauw.
Soerabaja, Soerabaja,
Mijn gedachten zijn altijd bij jou.




Tekst: Marijn Smeehuijzen
Coupletten overgenomen uit het lied ‘Anneke Grönloh - Soerabaja’

Reacties

Er zijn nog geen reacties
Login om te reageren
slider

LOGIN



Wachtwoord vergeten?
registreren

REGISTREREN


terug