Resultaten

U bent hier: Home Verhalen Landgoederen Het Volkspark in 1876

Het Volkspark in 1876

344 x bekeken

Een aantal foto's en ingekleurde ansichten van het Volkspark van 1890 tot 1930. Te zien ondermeer het restaurant, de vijver met bruggetjes en de muziekkoepel.
Originelen bevinden zich in het Stadsarchief Enschede, foto's #008336, #008337, #004147,#008323, #008334, #004532, #008325, #008330, #004550, #001549, #071526

Bron: Stadsarchief Enschede

Het verhaal achter deze foto

In 1874 schonk Hendrik Jan van Heek het Volkspark aan de stad Enschede. Een uniek gebaar, dat kennelijk zoveel indruk maakte dat Jacobus Craandijk de parkcultuur in 1876 uitgebreid omschreef in zijn werk ‘Wandelingen door Nederland met pen en potlood. Deel 2’. Onderstaande tekst is daaruit overgenomen.

Bovendien heeft Enschede iets doodsch en ledigs, omdat de fabrieken en de woningen der fabriekarbeiders allen naar de buitenzijde werden verplaatst. In de stad zelve bemerkt men weinig of niets van de levendigheid, die een bloeijende nijverheid met zich brengt. Maar behalve dit betrekkelijk gemis, is de opeenhooping der arbeidende klasse in daartoe gebouwde wijken, niet zonder gevaar. Dat gevaar bedreigt niet zoozeer de gezondheid, want de straten zijn ruim en luchtig, de woningen voldoende. Maar in tijden van spanning en ontevredenheid, die in fabriekplaatsen niet zeldzaam zijn, heeft men daar hoogst bedenkelijke brandpunten van oproerigheid. En ook in gewone omstandigheden is het voor rijken en armen beiden goed, als zij elkander ontmoeten.

Welnu, hoe is dat in Enschede?
Opzettelijk noodigde ik u uit, om op Zondag een bezoek te brengen aan de stad en haar bevolking. Het spreekt van zelf, dat anders een gewone werkdag, als alle arbeid in vollen gang is, voor de kennismaking met eene nijvere plaats als deze, vrij wat geschikter is. Maar wij kunnen ons bezoek immers herhalen, of, zoo niet, wij kunnen ook elders fabrieken zien van denzelfden aard.

Doch wat wij op Zondag in Enschede zien, is, voor zoover ik weet, eenig in zijn soort, althans in ons vaderland. Het is ons bepaald om het volkspark te doen. Niet ver van het station, langs den kalen spoorwegdijk, leidt een nog jonge laan ons derwaarts. Reeds van verre ziet gij het ververschingsgebouw, van boomgroepen omringd, en reeds op grooten afstand hoort gij ’t gerucht van menschenstemmen, als een stemme veler wateren. Gij bemerkt dat het er vol is. Scharen van wandelaars bewegen zich door het park, langs de ruime grasperken en de slingerende waterpartijen. Bij de menigvuldige schommels en wippen ziet gij de jeugd vertegenwoordigd. Om op “den berg” het ruime uitzigt te genieten, volgt menig gezelschap het spiraalvormig pad tot waar op den top de driekleur uitwaait van den hoogen vlaggemast. Anderen houden zich in de nabijheid der muziektent, om niets te missen van de toonen, die zich daar van tijd tot tijd laten hooren.

Het volst is het in den omtrek van de smaakvolle restauratie, met haar veranda’s en balkon, van waar wij de stad met haar torens en schoorsteenen overzien. Daar zitten groepen van fabriekarbeiders, van kleine burgers en winkeliers, van dienstboden met haar welbeminden. Maar daar zitten ook de heeren en dames. De groote fabrikant is er met zijn vrouw en dochters. Op den voet der meest volkomen gelijkheid zijn zij er gezeten aan tafeltjes, die zij zelven hebben veroverd, op stoelen, die zij zelven hebben gehaald, en zij drinken bier uit glazen, die zij zelven aan een der buffetten hebben laten vullen. In de week is ook thee en koffij verkrijgbaar; op Zondag zou dat te omslachtig zijn. Dan is ook geen eigenlijke bediening mogelijk. Ieder helpt zichzelven, zoowel de heer als de knecht.

Daar heerscht vrolijkheid, geen luidruchtigheid; daar is gewoel, geen gedrang; vrijheid, geen losbandigheid. En wat gij ook ziet, geen’ policiedienaar, tenzij misschien een’ enkele, die als privaatpersoon in politiek ook zijn glaasje bier drinkt, — en waarom hij niet even goed als de burgemeester? Zie, dat doet goed. Zoo ontmoeten elkander rijken en armen, zoo geniet de volksklasse in gezelschap der meer gegoeden, der meer ontwikkelden. Sterke drank is niet te verkrijgen, maar voor goed en goedkoop bier is gezorgd. Geldelijk voordeel behoeft het volkspark niet op te leveren, en dat het volk wel kan en wil genieten zonder jenever, als de gelegenheid daartoe gegeven wordt, kunt gij hier bewezen zien. Dat het zich fatsoenlijk weet te vermaken, zonder eenigen dwang, kunt gij hier opmerken. Maar dit park is ook zijn eigendom, en het is waard, het lief te hebben en er trotsch op te wezen.

Het volk zelf houdt toezigt. Op een bord bij den ingang staat een opschrift te lezen, waarin het volkspark onder de hoede der ingezetenen wordt geplaatst. Welnu, bloemperken vindt gij er in overvloed, maar geen bloem wordt baldadig geschonden, geen grasperk moedwillig vertreden. Duizenden, tienduizenden hadden in 1874 het park bezocht, maar de commissie behoefde in haar verslag niet meer dan 36,54 gulden voor verlies aan het geheele materieel te vermelden. Over opzettelijke vernieling of beschadiging in het uitgestrekte terrein behoefde geen enkele klagt te worden gedaan.

Hulde aan Hendrik Jan van Heek, die het volkspark aan Enschede schonk. Belangrijke sommen vermaakte hij bij zijn overlijden, die ten bate van het volk moesten worden besteed. Zijne erfgenamen zorgden daaruit o. a. voor den aanleg van het volkspark, dat later aan de stad in eigendom werd overgedragen. Van de boerenerven, die hier vroeger bestonden, is nog de laan van jong maar welig wassend eikenhout over; het overige van het terrein werd sierlijk aangelegd. Voor verkwikking, maar ook voor ’t vermaak van oud en jong werd zorg gedragen. Ook een ijskelder werd aangelegd, waaruit tevens ijs voor geneeskundige behoeften tegen matigen prijs verkrijgbaar kan worden gesteld. Een kapitaal werd vastgesteld tot aankoop en onderhoud van het noodige, en eene commissie aangewezen tot bestuur en beheer. Wèl mag in de restauratiezaal zijn beeldtenis worden bewaard, wèl mogt de burgerij van Enschede en Lonneker haren weldoener het gedenkteeken stichten, dat niet ver van den ingang hem gewijd werd. Voorloopig is de proef uitstekend gelukt, en er is geen reden van vrees, dat later dagen het zullen bewijzen, dat de stichter van het volkspark zich in den geest van fabrikanten en arbeiders had vergist, toen hij op hen rekende, om zijn stichting te waardeeren en te beschermen.

Zetten wij ons hier eens neder. Dit tafeltje is onbezet; een paar stoelen vinden wij wel; ga een glas halen en laat het vullen aan het buffet. Gij kunt daar bier bekomen voor 7 en voor 4 cents. Ontzeg u ditmaal de weelde van het zevencents bier, gij kunt dan proeven wat het volk drinkt. Onder deze omstandigheden behoeven wij niet te veel vrees te koesteren, dat de opeenhooping der arbeidende bevolking in afzonderlijke wijken gevaarlijk zal zijn voor de rust.

Reacties

Er zijn nog geen reacties
Login om te reageren
slider