Resultaten

kunst en cultuur

Details

Omstreeks:

Adres:

Perikweg 97

Bijdrage:

Marijn Smeehuijzen
16-11-17 11:19


Zoekwoorden:
Opera Forum Reisopera

U bent hier: Home Verhalen Kunst en cultuur Herinneringen van een meester-stoffeerde...

Herinneringen van een meester-stoffeerder

91 x bekeken

Onderstaand artikel is overgenomen uit het blad ‘Opera Forum’ van de Nederlandse Reisopera, (voorheen de Nationale Reisopera geheten). De tekst is van de hand van Puck Kooij. Zij is al vanaf 1995 betrokken bij het operagezelschap. Eerst als figurant, daarna als beheerder van het archief. Meer over de geschiedenis van de reisopera is te vinden in het boek ‘So elend und so treu’, dat ze samen met Arnoud Brok samenstelde.

Bron: Puck Kooij

Het verhaal achter deze foto

Al 60 jaar een hechte relatie met een naaimachine
herinneringen van Bertus Lanzing, meester-stoffeerder

HOE BEN JE IN HET VAK VAN STOFFEERDER GEROLD?
“Als zoon van een stoffeerder-met-eigen-bedrijf was het een halve eeuw geleden nog vanzelfsprekend dat deze, zeker als het de enige zoon was, zijn vader zou opvolgen. Daar had ik absoluut geen moeite mee. Mijn vader is zijn woninginrichtingbedrijf in 1930 gestart en toen ik in 1934 geboren werd zag hij al dat daar een goede stoffeerder in stak.

Belangstelling voor het vak werd mij spelenderwijs meegegeven want al op mijn 16e ging ik met mijn vader op pad die mij alle ins en outs bijbracht. Na de Ambachtschool werd ik op de avondschool bijgeschoold in tekenen, etaleren en boekhouden. Naast woning- en meubelstofferen hielden wij ons ook bezig met het maken van gordijnen en draperieën, (kapok)matrassen, behangen, etc. Allemaal degelijk handwerk door één bedrijf geleverd. Nu zijn dat allemaal aparte beroepen. Er is geen opleiding meer voor. Waren er toen zo’n 25 stoffeerbedrijven in Enschede, nu zijn het er nog een stuk of vijf. Ons “wagenpark” bestond uit één stevige bakfiets waarop wij alles vervoerden.

“In 1952 werd met de bouw van de schouwburg begonnen, waarna al spoedig Opera Forum in beeld kwam die een stoffeerder nodig had voor het spannen van linnen op een raamwerk, dat als achterwand moest dienen voor de Bruiloft van Figaro, 1955. Oprichter/directeur Chris Burgers van Opera Forum liet zijn oog vallen op de Fa. Lanzing en Zoon, die voor de Schouwburg aan het werk was en spoedig werd ons werk uitgebreid met opdrachten voor de Opera. Hier leerde ik ook Gé Madern kennen die de achterwand zou schilderen. Hieruit kwam een jarenlange samenwerking en vooral ook vriendschap voort. Terwijl wij bezig waren op het zijtoneel werd op het toneel gerepeteerd door de opera. Ieder ging volledig op in zijn werk terwijl we elkaar toch niet voor de voeten liepen. Na het “stofferen’ van de Enschedese Schouwburg werden wij ook betrokken bij de inrichting van de schouwburgen in Nijmegen, Hengelo, Apeldoorn, Tilburg en Leiden.


NAUWE SAMENWERKING MET DE DECORONTWERPERS
"Dat de medewerkers van Forum een potje konden breken bij mijn vader illustreert het volgende verhaal. Wim Vesseur, decorontwerper bij de opera in het begin van de jaren zestig was voor een opera op zoek naar een fauteuil en dacht die in de zaak van mijn vader te kunnen vinden. Hij kon niet slagen en liep met mijn vader mee de woonkamer in en wees daar verheugd de stoel aan die hij zocht. Mijn vader hoefde niet lang na te denken en gaf hem de stoel mee, de moest per slot van rekening ook roken. Mijn moeder was niet blij met deze act, maar werd schadeloos gesteld met een stoel uit de winkel. Het gebeurde wel vaker dat er een meubelstuk uit haar huis verdween, maar desondanks bleef het huwelijk goed.

“Ook aan de samenwerking met decorschilder Gé Madern bewaar ik goede herinneringen. Gé behoorde tot de steunpilaren van het eerste uur en was volgens mij één van de beste decorschilders ooit. Ik prijs mij gelukkig met hem samengewerkt te hebben want ik heb veel van hem geleerd. Een kleine verstrooidheid van hem herinner ik mij goed. Gé mengde vroeger zelf verf. Om die vloeibaar te maken zette hij eens een plastic emmer met verf op een petroleumkachel. De verf werd zeer vloeibaar want deze smolt met emmer en al weg...

Het huis van Gé, een vierkamerflat, was in de loop der jaren omgetoverd in een theater, compleet met spiegelzaal, antieke Franse meubeltjes, kunstige draperieën, lampenkappen afgezet met goudgalon, alles met de hand gemaakt. Drie generaties, vader, zoon en kleinzoon Lanzing hebben jaren onder leiding van Gé aan deze artistieke creaties gewerkt.

WAS ER EEN GLANSROL VOOR JE WEGGELEGD?
“Aan veel projecten die ik onder handen had denk ik met veel voldoening terug, zoals aan de twee halfronde banken van beige zijde met rood bloemenpatroon en de daarmee in overeenstemming zijnde achterwanden voor La Traviata (2003/’04). Naast de banken vormde de bespanning van de achterwanden, waarvan er vanwege de wisselende decors 18 stuks nodig waren, elk met een afmeting van 2,5 m. breed en 8 m. hoog, een gigantische klus waaraan ik maanden gewerkt heb en zelfs een vakantie aan heb opgeofferd. De franjes onder aan de banken waren afkomstig uit een faillissement. Er was niemand in geïnteresseerd en ik nam ze mee; je weet maar nooit hoe die nog eens van pas komen. Aan deze bank verleenden ze een extra cachet! Mijn beroepseer werd danig gestreeld toen de regisseur en de ontwerper de banken in ogenschouw namen en mij onomwonden zeiden: “Kerel, je hebt iets moois gemaakt!” Deze banken werden dan ook na afloop van de première, toen de intendant alle medewerkers van hoog tot laag bedankte voor hun performance en inzet, speciaal genoemd. Ik was weliswaar de laatste, maar ik werd publiekelijk geëerd voor mijn werk!

Ook de kolossale bank bekleed met vuurrood kunstbont, die het voornaamste decor was in de Barbier van Sevilla (2000/’01) mag een pronkstuk genoemd worden. Hiervoor waren drie rollen stof nodig, op elke rol zat 50 meter stof. Deze bank besloeg bijna het gehele toneel, dat wil zeggen de draaischijf. Hij had de respectabele lengte van 10 meter en was 5 meter diep. Er lagen enorme kussens op. De opera speelde zich voornamelijk af vóór en op de bank, wilden de solisten van beneden naar boven en vice versa dan moesten zij de hoogte overbruggen met behulp van een ladder.

Het achterdoek, liever gezegd horizondoek voor Die lustige Witwe, (2000/’01) liep rond langs de achterwand en de twee zijwanden. Voor mij was het de eerste keer dat ik werkte van een tekening die door een computer was gemaakt. Dit doek moest volgens de computer 24 meter, 43 cm en 3 mm lang zijn. Met zulke afwijkende maten was ik niet gewend te werken, dus maakte ik hem 24.40 m., met een beetje trekken kon hij op de juiste afmeting worden gebracht, een weerbarstigheid die mij werd vergeven, maar die wel bij droeg aan een soepeler hantering van digitale maten.

MIJN DIENSTVERBAND BIJ DE OPERA, VROEGER EN NU
"Ik ben nooit in vaste dienst bij Opera Forum geweest, ook later niet bij de Nationale Reisopera. In de jaren vijftig ben ik voor ƒ 2,50 per uur begonnen, als freelancer, hetgeen ik ruim een halve eeuw later nog steeds ben, hoewel mijn uurloon wel omhoog is gegaan.

Kwam ik vroeger op de fiets, de eerste kocht ik voor ƒ 7,50, dan berijd ik nu een comfortabele Opel. Ik vond het prettig om de handen vrij te hebben, dank zij dit losse dienstverband ben ik, zeer tot mijn plezier, op mijn 75e nog volop in bedrijf bij de Nationale Reisopera, zij het dat ik nu wat minder uren werk. Toch had ik vaak het gevoel dat ik als freelancer vaak op mijn tenen moest staan: één foutje en ik zou ontslagen kunnen worden, iemand in vaste dienst zal dat niet overkomen, maar het hield mij scherp.

In de zestig jaar dat ik bij de opera werk heb ik veel zien veranderen, ook in mentaliteit. Beroepseer wordt minder hoog aangeslagen, het accent is steeds meer verschoven naar: wat schuift het. Langer doorwerken omdat iets “afmoet” is er ook niet meer bij, morgen is er weer een dag.

“Toen ik bij Opera Forum kwam werken wist ik werkelijk niets van opera. Door de jaren heen ben ik er ingegroeid en heb ik er wel waardering voor gekregen. Opera's zoals La Traviata en Tosca zie ik graag maar dan in authentieke aankleding met bijpassende decors, ik houd niet zo van die moderne "flantuutn", maar ik mag graag in de zaal zitten om te kijken naar het stoffeerwerk op het toneel, de gordijnen en draperieën die onder mijn handen zijn ontstaan. Daar geniet ik van en zeg dan tegen me zelf: Bertus, je hebt weer mooi werk geleverd."


Tekst: Puck Kooij

Reacties

Er zijn nog geen reacties
Login om te reageren
slider

LOGIN



Wachtwoord vergeten?
registreren

REGISTREREN


terug