Resultaten

U bent hier: Home Verhalen Overige categorieën De geest van ’t Grondeloze Meer

De geest van ’t Grondeloze Meer

400 x bekeken

In vroeger dagen was het begin van de midwinter een belangrijke gebeurtenis voor de Twentenaren. De heidense term duidde de kortste dagen van het jaar aan, waarin de geestenwereld goed gestemd moest worden anders werd het nieuwe jaar vervloekt ingegaan. Traditioneel word in deze tijd de midwinterhoorn geblazen om boze geesten te verdrijven. Destijds kende de kortste dag van het jaar vele volksgebruiken. Met de vermenging van het christelijk geloof verschoven deze naar ‘hilligen aovond’, ofwel kerstavond. Zo moest er rust in acht worden genomen, er mocht niet gewerkt worden. Landbouwgereedschap en spinnewiel moesten schoon en opgeruimd zijn. Eén Twentse jager, die het rustgebod op hilligen aovond negeerde, zou op harde manier leren dat de Twentse geesten niet met zich laten sollen…

Het Aamsveen stond bekend als baken van de geestenwereld. Tot ver in de 19e eeuw gingen boeren liever ergens in Enschede in ’t hooi slapen, dan voorbij deze plek ’s avonds naar huis te gaan. Op stormachtige avonden hoorde je er de ‘wilde jacht’ door de lucht gieren, een geest die als ruiter een span paarden door de lucht aanjoeg. Een stroper ging er eens op uit om wild te schieten. Tot plots een klein kereltje uit de struiken kwam, en zijn geweer afpakte om het vervolgens als een pijp aan zijn lippen te zetten en dampend begon op te roken! De stroper zette het begrijpelijk op een lopen, en kwam er heelhuids vanaf. Een van de gevaarlijkste gebieden in het Aamsveen is ’t Moskou, een meer diep in moerassig gebied.

Hier zit bij tijd en wijle een Wit Wiefke te spinnen aan de rand van het meer. Afhankelijk van haar stemming is ze je goed of slecht gezind… maar beter blijft men uit de buurt van het water. Er zitten slangen die zo groot zijn, dat ze met gemak een man doormidden kunnen breken. En ze bijten in hun eigen staart, en zwemmen dan rondjes om zo gevaarlijke waterkolken te veroorzaken. Toch waren er in het verleden nog boertjes die hier gingen vissen. Die schrokken zich dan rot, als de vis die ze gevangen had begon te praten. En nam een overmoedige visser de vangst alsnog mee naar huis, dan liep de vis na aankomst zo weer terug richting ’t Moskou.

In de nacht klinkt door het Aamsveen ook hulpgeroep, en is bij ’t Moskou een schim te zien. Het is de geest van een koppige jager. Op hilligen aovond ging hij op hazenjacht nabij het meer. Door ongeluk… of door het lot raakte hij vast in het moeras, en verzonk. Nu moet hij, na de dood, eeuwig voor zijn wandaad boeten. Maar hoe lang is eeuwig? Wel, hij moet met een vingerhoed het grondeloze meer leeg scheppen en als het leeg is, is er een seconde van de eeuwigheid verstreken.

Sindsdien heet de kolk in de volksmond ook wel “ ’t Groondelooze Meer ”.



Tekst: Marijn Smeehuijzen

Geraadpleegde bronnen:
Sinninghe, J.R.W.(1976) Overijsselsch Sagenboek. Zutphen:Thieme
Elderink, C. (1924) Oet et Laand van Aleer. Twènter Vertelsels. Enschede:Van der Loeff
Buursink, J. (1963) De MIK december editie: Midwinter in het Twentse volksleven – via herdruk uit n Sliepsteen nr. 64 (2000)

Bron: Het schilderij 'Witte wieven', gemaakt door René Roling

Reacties

Er zijn nog geen reacties
Login om te reageren
slider