Resultaten

Reacties

wijken

Details

Omstreeks:

Adres:

Bijdrage:

Marijn Smeehuijzen
31-05-18 14:07

Gewijzigd:

Marijn Smeehuijzen
31-05-18 14:07


Zoekwoorden:
Buurtverhalen Laares Badhuis

U bent hier: Home Verhalen Wijken BUURTVERHALEN – Sterker in Laares

BUURTVERHALEN – Sterker in Laares

665 x bekeken

Op de foto’s te zien het straatbeeld van de Laares in de jaren ’60 en ’70, de textielfabriek Blijdenstein-Willink, en het badhuis aan de Tulpstraat.
Stadsarchief Enschede foto’s 080637, 072491, 070129, 012573, 008072

Bron: Stadsarchief Enschede

De locatie

In de serie ‘Buurtverhalen’ leggen we herinneringen uit de Enschedese wijken vast. Uw buurtverhalen zijn ook welkom! Deel ze via de ‘Draag Bij’ pagina, of neem voor vragen contact met de redactie op. Vandaag het verhaal van Henk Speek, en zijn herinneringen aan een vergaan Laares.

Ik ben geboren in 1944, lekker ouwe knar. Toen ik achttien was begon ik bij Blijdenstein-Willink, aan de Oosterstraat. Een gezellige fabriek, lekker werken met een vaste ploeg. En goeie directeuren. Normale mensen. Een neef van de familie zou in de directie komen. Die moest eerst op alle afdelingen drie maand werken. Hij moest weten wat het volk moest doen! Op die manier werd dat gebracht.

Ik heb daar van alles gedaan. Begonnen in de weverij. Toen in de voorbereiding voor de weverij, spoelen, scheren, sterken. Ik weet niet of dat de jongere mensen nog wat zegt. Sterken was eigenlijk mijn hoofdvak. Pap om het garen maken, dat het garen steviger wordt. Als je lakens koopt moet je ze eerst wassen om die pap eruit te krijgen. Mijn vrouw heb ik daar ook leren kennen, die deed spoelen en scheren.

Mijn vrouw en ik woonden nog bij mijn ouders in, toen onze dochter geboren werd. Toen kon ik een woning krijgen van Blijdenstein, in de Oosterstraat. Zodoende is mijn band met de Laares begonnen. Toen daar nieuwbouw kwam zijn we even naar ’t Zeggelt verhuisd, maar al snel weer terug naar het Laares! Daar hebben we 31 jaar in de Tulpstraat gewoond.

De Laares was een hele vaste gemeenschap. Mensen stonden voor mekaar klaar als er wat was. Gewoon, omdat je allemaal arbeider was. Je ging heel veel met elkaar om. Met de buren, die van Doek en Beun, ’s avonds bij elkaar zitten en dom ouwehoeren. Dat schept een band.
We woonden naast een Turks gezin, hele leuke mensen. Die vader verkocht groenten en fruit. Had hij soms hulp nodig met Nederlandse papieren, dan hielpen we elkaar. En dan werd het vaak nog een paar glaasjes Raki drinken! Een van de mooiste momenten uit die tijd was toen hun dochter trouwde. Wij werden wij ook uitgenodigd, we kregen zelfs een lift naar de trouwerij. En mijn vrouw en dochter kregen zo’n mooie lange jurk aan.

Onze dochter heeft op de Laaresschool aan de Rozenstraat gezeten. Ik zat daar in de ouderencommissie. Tegenover de school was de speeltuin. Die had een eigen voetbalelftal, en op woensdag was er film. Elk jaar was er toernooi tegen elftallen van de andere speeltuinen in Enschede. Dat liep over twee, drie maand zo. Gingen we één keer in de week bij Meisters-Mina voetballen. Dat was een café op Groot Brunink en die had een voetbalveld bij. Daar kon je gratis voetballen.
Aan de Tulpstraat was in die tijd ook een badhuis. Toen alle huizen zelf een douche kregen moest dat zo nodig een buurthuis worden. En toen moest de speeltuin ook weg.

Van de Oosterstraat tot de Singel was de gewone Laares. Want daarboven was Laares Noord, zo’n beetje wat nu Schreurserve heet. Dat liep van de Singel tot de Schreursweg tot de Oldenzaalsestraat. Ja, eigenlijk tot de Schouwinkstraat want daarachter stonden de eigen huizen dus dat hoorde niet bij de Laares aan. Daar zitten ook voetbalclubs Sparta en Vosta. Sparta is christelijk van origine, en Vosta was katholiek. Kortgezegd; Sparta speelt de wedstrijden op zaterdag, en Vosta op zondag. In principe speelden ze dus ook nooit tegen elkaar. Bij Sparta ben ik vrijwilliger geweest. Scheidsrechter, grensrechter, terreinknecht. Achtendertig jaar heb ik dat gedaan. Alle hoogtepunten heb ik daar wel meegemaakt, kampioenschappen en degradaties. Nu zitten we lekker gehandhaafd in de tweede klasse, plaats acht ofzo. Elke zaterdag ga ik er nog heen. En donderdag, samen een biertje doen en een beetje dom zeuren.

Toen Blijdenstein dicht ging, ging ik naar Gebroeders van Heek bij Schuttersveld. Totdat die vier jaar later ook dicht ging. Daarna ben ik gaan werken voor de Stadspost, later Metro Post. 23 jaar heb ik post gelopen, voornamelijk Deppenbroek en Mekkelholt. Op het max kende ik zo’n tweehonderd bewoners van de Laares, alles bij mekaar. Van de hele Tulpstraat wist ik precies wie op welk nummer woonde!

Met de afbraak van de buurt na 2000 werd het minder. Eerst kwam naast ons dat flatgebouw bij de Rozenstraat. Kwamen er mensen van buitenaf wonen die niemand kende, het werd veel onpersoonlijker. Vandaag de dag betekend de Laares weinig meer voor mij. Er woont nog maar een enkeling die ik nog ken.



Tekst: Marijn Smeehuijzen
Bron: Interview Henk Speek

Reacties

Er zijn nog geen reacties
Login om te reageren
slider

LOGIN



Wachtwoord vergeten?
registreren

REGISTREREN


terug