Resultaten

wijken

Details

Omstreeks:

Adres:

Keppelerdijk 280-314

Bijdrage:

Marijn Smeehuijzen
20-09-17 12:26

Gewijzigd:

Marijn Smeehuijzen
21-09-17 10:46


Zoekwoorden:
Glanerbrug Vlodderstad

U bent hier: Home Verhalen Wijken Buurtverhalen - Noaberschap in Glanerbru...

Buurtverhalen - Noaberschap in Glanerbrugs Vlodderstad

400 x bekeken

Hoek Keppelerdijk-Broekheenseweg
- Stadsarchief Enschede foto #070843
Gemeentehuisjes aan de Schipholtstraat, 1967
- Stadsarchief Enschede foto #046822

Een kaart met daarop aangegeven waar (in Marianne's beleving) de grenzen van Vlodderstad lagen.
- kaart overgenomen van OpenStreetMap, CC BY-SA licentie

Bron: Stadsarchief Enschede

De locatie

In de serie ‘Buurtverhalen’ leggen we herinneringen uit de Enschedese wijken vast. Uw buurtverhalen zijn ook welkom! Deel ze via de ‘Draag Bij’ pagina, of neem voor vragen contact met de redactie op. Vandaag het verhaal van Marianne, en haar ervaringen in de Vlodderstad.

Eind jaren ’60 begin jaren ‘70 woonde ik in Glanerbrug. Van een gezin met vijf kinderen ben ik het oudste kind. Wij huurden een huis op de hoek Keppelerdijk-Broekheenseweg, net op de rand van de Vlodderstad. Daar woonden de echt armere mensen in hele kleine huisjes. Die huisjes hadden geen wc of badkamer. Achter stond een ton. WC-papier was natuurlijk ook een luxe, dus alle reclamefolders en krantjes lagen er in reepjes gescheurd naast. Daar moest je je maar mee redden!

Voor het wassen stookte mijn vader de kolenkachel op, en zette er een teiltje voor. Moeder warmde water op het gasfornuis, dat ging erin. Als oudste kind mocht ik als eerste de teil in. Dat heb ik altijd als een zegen ervaren! Mijn moeder deed er wel elke keer nieuw water bij, maar als mijn vader er als laatste inging was het toch aardig bruin. We hadden al wel een TV, zo’n houten kast. Nadat we allemaal gewassen waren gingen we dan Swiebertje kijken, met kruimelkoekjes erbij. Later hadden we een badhuis in Glanerbrug, daar kon je voor een kwartje twintig minuten douchen.

Omdat mensen veel mensen werkloos waren gingen ze altijd stropen. Het was heel normaal als je bij mensen op visite kwam, dat in de deurposten drie of vier konijntjes hingen. Of fazanten, vooral rond de feestdagen. Die kwamen dan van het Aamsveen of soms uit Duitsland. Regelmatig werd ergens een dier geslacht. Daar werd bakbloed en baklever van gemaakt en de hele buurt ging dat halen. Iedereen ging bij de buren boodschappen doen.

De familie Moed hadden achterin een kruidenierszaakje. Bij Van der Helm haalde je de groentes, en familie Oosterhof daar kon je ‘s avonds nog bier halen. Iedereen die ergens wel wat aan kon verdienen die deed dat. En als je niks had dan kon je het wel krijgen. Een paar deuren verder bij ons woonde een voddenboer. Ree die schreeuwend met zo’n kar door de straat, “LOEMPE!”. Dan gooiden mensen hun vodden en oude kleding erop. Was het dan winter en hadden mensen geen geld voor kleding, dan was bij hem altijd wel gratis een jas of wat te krijgen.

Mijn vader had een eigen bedrijf en hij verkocht eieren. “Voor eieren groot en klein, moet je bij Bart Kervel zijn”. Ik ging heel jong al mee. Gingen we in Enschede van huis tot huis, of ze nog eieren wouden kopen. Zo bouwden we vaste wijken op, zetten mensen bakjes met geld erin voor de deur. Tot mijn zeventiende heb ik daarbij geholpen. Moeder was huisvrouw. Toen ze Tuberculose kreeg zat mijn vader met zijn handen in het haar. Vier kinderen en hij kon geeneens koken! Kwam de voddenboer langs met een hele grote pan snert voor ons.

Vroeger vond ik dat heel erg, als mensen zeiden dat ik in de Vlodderstad woonde. Maar het was eigenlijk best een leuk buurtje. Sommige huisjes staan er nog, daar hebben mensen van twee huisjes een huis gemaakt. Die zijn zo oud, die mogen denk ik op de monumentenlijst!



Tekst: Marijn Smeehuijzen
Bron: Interview Marianne

Reacties

Er zijn nog geen reacties
Login om te reageren
slider

LOGIN



Wachtwoord vergeten?
registreren

REGISTREREN


terug