Resultaten

Reacties

wijken

Details

Omstreeks:

Adres:

Bijdrage:

Marijn Smeehuijzen
01-03-19 11:28

Gewijzigd:

Marijn Smeehuijzen
01-03-19 11:32


Zoekwoorden:
Buurtverhalen Roomveldje Roombeek Klepperdorp Rijksmuseum Los Hoes

U bent hier: Home Verhalen Wijken BUURTVERHALEN - Altied de onderbroek kap...

BUURTVERHALEN - Altied de onderbroek kapot in Klepperdorp

260 x bekeken

Borgerstraat hoek de Vluchtestraat.
Stadsarchief Enschede, foto #001266

De Mariaschool, een katholieke basisschool aan de Lipperkerkstraat.
Stadsarchief Enschede, foto #000799

Rijksmuseum Twente: Los Hoes met binnen het weefgetouw en een opgezette kat.
Stadsarchief Enschede, foto’s #001462, #001458, #001461

Zicht op voorzijde Rijksmuseum Twente met dikke steen met glijzijde.
Stadsarchief Enschede, foto #079614, #047682

Oliemolensingel vanaf de Pluimstraat richting Lipperkerkstraat met links de Coöperatie.
Stadsarchief Enschede, foto #000178

Bron: Stadsarchief Enschede

De locatie

In de serie ‘Buurtverhalen’ leggen we herinneringen uit de Enschedese wijken vast. Uw buurtverhalen zijn ook welkom! Deel ze via de ‘Draag Bij’ pagina, of neem voor vragen contact met de redactie op. Vandaag het verhaal van Gerrie Leferink-Kerver. Zij vertelt over hoe zij opgroeide in Klepperdorp, bij het Rijksmuseum, in de jaren ’50.

Ik ben geboren in de Borgerstraat. Dat is een heel klein straatje tussen de Lasondersingel en tussen de Vluchtestraat. Van heel ouds noemen ze bij ons ’t Klepperdorp. Dat was iets met katholieken te maken die stiekem diensten hielden ofzo. In een klein arbeidershuisje, met voorkamer, keuken en drie slaapkamers. We waren met zijn tienen. Plus mijn ouders er nog bij, dus dat was krap an. Mijn drie broers sliepen op zolder, de meisjes in de slaapkamer aan de voorkant. En onze Hein had zijn eigen kleine kamertje. Mijn vader was wever bij Oosterveld. Hij is al vroeg gestorven, dat was een heel moeilijke tijd. Het was armoe troef, maar er was wel altijd eten op tafel. Groenten, aardappelen. Vlees alleen op de zondag. Een keer in de maand kwam er een naaister bij ons, Stien. Die at ook mee. Wij hadden van die dagdromen, met mijn moeder samen. Weet je wel, wou je zo graag een keer een nieuwe jas of ’t een of ander. Stien maakte van ouwe dingen weer kleertjes voor ons.

Wij woonden precies tegenover ’t Los Hoes, van ’t Rijksmuseum. Ja, ’t was heel gezellig. Alles kende mekaar, spelen met elkaar. Ballen, touwtjespringen, hinkelen, in de herfst gingen we huisjes maken van de gevallen herfstbladeren. Muren vegen en dan zogenaamd zo’n tafeltje in ’t midden, die dingen. Bij de Roomweg/Schurinksweg had je een speeltuin, daar gingen we ook vaak naar toe. Daar kon je schommelen en een keer in de veertien dagen dan draaiden ze een kinderfilm. Tarzan, dat soort films. ’t Meeste speelden we bij het museum, daar was de dikke steen. Kon je mooi van af glijden… Oh god moest je m’n moeder horen, we hadden altied de onderbroek kapot. ‘Ben ie weer bie de dikke steen ewest?’ En op de Singel had je toen van die grote grasvelden ertussen, daar speelden we ook heel veel. Veel verkeer had je toen niet, een keer in de zoveel tied kwam een keer een auto. We hadden een politieagent in de Vluchtestraat wonen, een hele grote man op de fiets. Oh als we die aan zag komen dan ‘zoef’ allemaal ’t gras af.
Als we ons verveelden, gingen we bij ’t Los Hoes kieken. Dat ken ik nog uut mien dreum’n! Er zat een heel groot hek, met zo’n groot gat daar konden we zo onderdoor. Binnen stond zo’n opgestopte kat, en een bedstee waar mensen vroegen in sliepen, een weefgetouw. Allemaal van die hele hele ouwe materialen. Mocht eigenlijk niet, ’t kostte toen een dubbeltje als je in ’t museum ging.

Bij ons in de straat was allemaal katholiek. We gingen naar de katholieke school aan de Lipperkerkstraat. Dat was wel een leuke school, op de nonnen na! Die waren van het handwerken enzo. Ze waren streng en trokken kinderen voor die van betere afkomst waren. Die mochten de bloemen water geven en al die kinderachtige dingen die je toen leuk vond. Er was echt onderscheid. Daarna ging ik naar de huishoudschool in de Borneostraat. Leerde je zakdoekjes strijken, koken en al die huishoudelijke dingen. Daar had je geen nonnen, maar juffrouw Abel, dat viel wel mee.

Vroeger had je de Coöperatie, een kruidenierswinkel. Dan kon je de boodschappen bestellen. Dan haalden ze ’t boekje op waar je boodschappen uit wou hebben, en die bezorgden ze dan. En de meeste mensen die betaalden dan als de kinderbijslag kwam. De halve regio maakte daar gebruik van. De protestante zat aan de Singel, en de katholieke zat aan de Lipperkerkstraat. Toen ik twaalf of dertien was ging ik bij de katholieke Coöperatie werken. Ze hadden een bankje voor me gemaakt. Anders kon ik niet over de toonbank kijken! Dat deed ik samen met de huishoudschool, maar dat ging niet zo goed. Op mijn rapport stond een keer ‘Wegens opkomst geen rapport’, was ik te weinig op school gekomen. En ik heb nog bij kruidenier Vaneker gewerkt, aan de Roomweg. Daar kon ik een gulden per week meer verdienen. Dan had mijn moeder weer iets meer inkomen. Vroeger trouwde je vanuit huis, op mijn drieëntwintigste ging ik samenwonen met mijn man in een huisje aan de Lage Bothof. De huisjes in de Borgerstraat in Klepperdorp is in de jaren ’80 allemaal afgebroken en er staan nieuwe huizen. Als ik er langs rij, dan kijk ik altijd nog wel even. Joa, dat was ons ströatje.



Tekst: Marijn Smeehuijzen
Bron: Interview Gerrie Leferink-Kerver

Reacties

Er zijn nog geen reacties
Login om te reageren
slider

LOGIN



Wachtwoord vergeten?
registreren

REGISTREREN


terug