Resultaten

kunst en cultuur

Details

Omstreeks:

Adres:

Bijdrage:

Marijn Smeehuijzen
15-06-17 11:18

Gewijzigd:

Marijn Smeehuijzen
15-06-17 11:21


Zoekwoorden:
Nederlandse Reisopera

U bent hier: Home Verhalen Kunst en cultuur 50 jaar Opera in Enschede - deel 3

50 jaar Opera in Enschede - deel 3

455 x bekeken

Het Overijssels Philharmonisch Orkest in 1960.
Henske Nooy en Anneke van der Graaf in 'Der Rosenkavalier', 1962.
- Beide foto's gemaakt door Erik Meyling

Bron: Erik Meyling

Het verhaal achter deze foto




Eerder begonnen wij een serie artikelen over de Nederlandse Reisopera, (voorheen de Nationale Reisopera geheten) overgenomen uit het blad ‘Opera Forum’. De tekst is van de hand van Puck Kooij. Zij is al vanaf 1995 betrokken bij het operagezelschap. Eerst als figurant, daarna als beheerder van het archief. Meer over de geschiedenis van de reisopera is te vinden in het boek ‘So elend und so treu’, dat ze samen met Arnoud Brok samenstelde.

Deze week deel drie van drie delen oorspronkelijk gepubliceerd in 2005, het jaar dat de reisopera 50 jaar bestond. Het eerste deel is te vinden via onderstaande link.
achteruitkijkspiegel.nl/fotos-van-enschede/50-jaar-opera-in-enschede-deel-1-7lWVY/
Het tweede deel is te vinden via onderstaande link.
achteruitkijkspiegel.nl/fotos-van-enschede/50-jaar-opera-in-enschede-deel-2-Vhrj2/

De jubileumweek vindt zijn apotheose in een feestelijke reünie voor (oud)mede-werkers, zangers, artistieke teams en genodigden in Restaurant De Jaargetijden, prachtig gelegen in het Volkspark. Het weer is stralend, waardoor succes al voor een groot deel verzekerd is. In drommen komen honderden bezoekers aanzetten. Alom blij verraste gezichten bij het begroeten van oude bekenden, vaak uit een ver verleden. Zangers en zangeressen, musici, technici, balletdanseressen, figuranten en andere oud-medewerkers zijn van de partij, zoals de coryfeeën van het eerste uur Anneke van der Graaf, Max van Weegberg, Jenny Lansink, Koelie Schukkink, Mia Kroes, Ernst Daniël Smid en Mar- greet Albers om de opsomming tot enkele zangers te beperken.

Na het welkomstwoord van intendant Guus Mostart barst het feest los. Er heerst een bijna uitgelaten stemming. Veel genodigden hadden een verre reis over voor de reünie, want zij komen uit alle hoeken van Nederland, zelfs uit Duitsland. Het gonst van de oude herinneringen en over al het "afzien" van vroeger heenstappend, spreekt men met weemoed over "die goeie ouwe tijd".
Ter verhoging van de feestvreugde is er zelfs een jazzorkest dat swingende muziek brengt waar oud en jong plezier in heeft, hoewel dit vaak de gesprekken over "vroeger" overstemt. De bezoekers worden verwend met een exclusief koud en warm buffet. In de kelder is nog een kleine overzichtstentoonstelling over 50 jaar Opera in Enschede ingericht.

Voor velen is dit een avond van nostalgie en necrologie, zoals een van de oudere bezoekers opmerkt, want velen die hij had gedacht te begroeten zijn er niet meer. Toch zijn ze er even weer, doordat er over hen gesproken wordt en men zich nog een bijzonder "wapenfeit" van hem of haar herinnert. Zoals Otto van der Leest, die maar twee regels zong in Der Rosenkavalier (1962/'63) en dit op onnavolgbare wijze deed, of die uitvoering van Madame Butterfly in 1979 waarbij een Japanse zangeres op ontroerende wijze stem gaf aan een dodelijk bedroefde Butterfly, of Anton Eldering, die schitterde als de schoolmeester in Der Wildschütz (1959/'60). Over wapenfeiten gesproken, Gerard Elfering gaf mij eens een rondleiding door de werkplaatsen. Bij de "wapenkamer", ergens verstopt in het gebouw, haalde hij omzichtig de sleutel te voorschijn als zouden wij het heilige der heilige binnen gaan. Ik stapte er eerbiedig binnen en was diep onder de indruk van de strak in het gelid staande geweren en zwaarden en pistolen in met rode zijde gevoerde foedralen. Duidelijk was dat hier zonder Elfering niemand binnen kwam. Een oud-musicus brengt in herinnering dat in dit restaurant in 1933 het Twentsch Kamerorkest door Klaas de Rook werd opgericht en dat ook hier jaren lang de repetities werden gehouden. Voor meerdere genodigden dus een vanouds vertrouwde plek. Uit dit orkest kwam overigens in 1951 het Twentsch Philharmonisch Orkest voort, waaruit weer het Overijssels Philharmonisch Orkest voort kwam.

Ook aan dit glorieuze feest komt een eind en letterlijk en figuurlijk voldaan wordt weer afscheid genomen. Velen, vooral de oude garde, hebben deze bijeenkomst als hartverwarmend ervaren. Aan de bezoekers wordt een aardig boekje meegegeven, waarin enkele dagboekbladen zijn weergegeven over het reilen en zeilen van operaopvoeringen in de jaren zestig onder de titel: Geen bijzonderheden vandaag; openhartige ontboezemingen van de toenmalige inspeciënt Henk Eitink.

In de vijftig jaar van zijn bestaan heeft de opera in Enschede glorieuze tijden beleefd, maar ook perioden van neergang, waarin de dreiging van opheffing bittere werkelijkheid werd; het heeft zijn bestaan vaak moeten bevechten. Geweldig om de voorbije halve eeuw met een uitbundig feest te kunnen afsluiten.

Diverse namen zijn in dit verslag genoemd. Daar voeg ik graag de naam van Rob Wijnands aan toe in wiens handen de organisatie lag van het festijn rond 50 jaar Opera in Enschede, waar hij aan toevoegt dat de betrokken medewerkers een "logistiek hoogstandje" hebben verricht. In dit korte bestek is het helaas niet mogelijk om meer zangers en zangeressen, dirigenten, regisseurs, kostuum- en decorontwerpers en andere artistieke en technische medewerkers die ook hun stempel hebben gedrukt op dit bijzondere operagezelschap, de revue te laten passeren. Bladerend door de Enschedese operahistorie valt één naam in het bijzonder op, namelijk die van dirigent Paul Pella, die al tijdens zijn leven (hij stierf plotseling in 1965) legendarisch was. Nog steeds wordt met ontzag over zijn vakkundige artistieke leiding gesproken maar ook over zijn vermogen om mensen boven zich zelf te laten uitstijgen. Zijn betrokkenheid bij de medewerkers is velen bijgebleven. Ook in gesprekken op deze avond met "werkers van het eerste uur", zangers en zangeressen, musici, vaak van ver over de tachtig duikt steeds weer de naam van Paul Pella op.

Tot 1993 hadden afwisselend dirigenten, directeuren en (interim-)managers de leiding van dit operabedrijf, maar sinds 1994 wordt de Nationale Reisopera geleid door een intendant. Een indrukwekkende functiebenaming, waarvoor van Dale echter een eenvoudige verklaring geeft, namelijk: toezichthouder, ambtenaar belast met het beheer van huishoudelijke aangelegenheden. Het is wel duidelijk dat Guus Mostart, de huidige intendant zich niet hoeft bezig te houden met dirigeren, regisseren en inspeciëren, maar ik vermoed dat de "huishoudelijke werkzaamheden" voor een groot deel blijven bestaan uit boekhouden, passen en meten, maar ik heb er het volste vertrouwen in dat Mostart het schip Nationale Reisopera behendig blijft laveren tussen Scylla en Charybdis zodat de zangers en zangeressen het publiek kunnen blijven betoveren met hun zang…

Werd in maart 1955 enthousiast vastgesteld dat de Twentsche Schouwburg voor het geven van operavoorstellingen aan de hoogste eisen voldeed, dan is het pijnlijk om te ‘moeten vaststellen dat - ondanks enkele ingrijpenden verbouwingen - de houdbaarheidsdatum van die bewering inmiddels weer overschreden blijkt te zijn. De eisen zijn in de loop van een halve eeuw dermate opgeschroefd dat er plannen ontwikkeld zijn voor de bouw van een nieuw theater. In 2008 zal het “Muziekkwartier", dat ongetwijfeld ook weer "aan de hoogste eisen zal voldoen", een feit zijn. Natuurlijk zie ik uit naar dit prestigieuze operagebouw dat Enschede-Muziekstad een grootsteedse allure zal geven. Toch denk ik nu al met heimwee terug aan de tijd waarin ik, en velen met mij, heb genoten van wonderschone operavoorstellingen in een intieme, roodpluchen ambiance…

Puck Kooij

Reacties

Er zijn nog geen reacties
Login om te reageren
slider

LOGIN



Wachtwoord vergeten?
registreren

REGISTREREN


terug